Logo VU-AMS
Logo VU-AMS
Get in contact

Instrumentele conditionering van frontaalkwabactiviteit bij gezonde jongvolwassenen

Inhoudsopgave jaargang 5 (2010) / nummer 1

Instrumentele conditionering van frontaalkwabactiviteit bij gezonde jongvolwassenen

Een dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek naar eeg-neurofeedback

HESSEL JAN ENGELBREGT, GILLES KOK, RUUD VIS, DANIEL KEESER, JAN BEREND DEIJEN

Neurofeedbacktraining (nft) is een methode waarvan wordt gedacht dat het hersenactiviteit kan beïnvloeden. Over deze techniek die veelal door psychologen wordt gebruikt, zijn veel publicaties verschenen in wetenschappelijke tijdschriften. Toch heeft nft binnen de psychologische en neurowetenschappelijke gemeenschap een status die in het gunstigste geval marginaal kan worden genoemd. Mogelijk is dit het gevolg van methodologische beperkingen die alle gepubliceerde onderzoeken naar nft kenmerkt.

In dit artikel beschrijven we een dubbelblind, placebogecontroleerd onderzoeksdesign. Dit design hebben we getoetst op praktische haalbaarheid door middel van een studie bij een groep van 25 gezonde studenten. Hierbij kreeg een controlegroep (n = 12) een pseudo-nft. De experimentele groep (n = 10) kreeg nft ter verhoging van frontale beta-activiteit (12-18 Hz) en inhibitie van de frequentieband 35-45 Hz. Dit leidde niet tot een duidelijk verbeterd cognitief presteren, wel tot de verwachte veranderingen in hersenactiviteit tijdens de behandeling. Op basis van deze methodologische toets denken we dat onze aanpak een haalbare oplossing biedt voor de methodologische problemen uit het verleden. nft is daarmee een toetsbaar fenomeen, volgens huidige evidence-based maatstaven.

Literatuur
Angelakis, E., Stathopoulou, S., Frymiare, J.L., Green, L., Lubar, J.F. & Kounious, J. (2007). eeg neurofeedback: A brief overview and an example of peak alpha frequency training for cognitive enhancement in the elderly. The clinical neuropsychologist, 21, 110-129.
Collura, T.F., Tatcher, R.W., Smith, M.L., Lambos, W.A. & Stark, C.R. (2009). eeg Biofeedback training using Z-scores and a normative database. In: W. Evans, T. Budzynski, H. Budzynski & A. Arbanal (red.), Introduction to qeeg and Neurofeedback: Advanced theory and applications (2th ed). New York: Elsevier.
Engelbregt, H.J., Promes, V.H.L. & Radocz, N.
(2004). Handleiding testinstrument Digoloog. Alkmaar: Digoloog, Hogeschool van Amsterdam. Fuchs, T., Birbaumer, N., Lutzenberger, W., Gruzelier, J.H. & Kaiser, J. (2003). Neurofeedback treatment for attention-defcit/hyperactivity disorder in children: A comparison with methylphenidate. Applied Psychophysiology and Biofeedback, 28, 1-12.
Hoedlmoser, K., Pecherstorfer, T., Gruber, G., Anderer, P., Doppelmayr, M., Klimesch, W. &
Schabus, M. (2008). Instrumental conditioning of human sensorimotor rhythm (12-15 Hz) and its impact on sleep as well as declarative learning. Sleep, 31(10), 1401-8.
Huitema, R. & Eling, P. (2008). Neurofeedback, wat is
het waard? Tijdschrift voor Neuropsychologie, 2, 3-13. Kotchoubey, B., Strehl, U., Uhlmann, C., Holzapfel, S., Konig, M., Froscher, W., Blankenhorn, V. & Birbaumer, N. (2001). Modifcation of slow corti- cal potentials in patients with refractory epilepsy: A controlled outcome study. Epilepsia, 42, 406-416. Luteijn, F. & Barelds, D.P.F. (2004), Handleiding Groninger Intelligentie Test. Lisse: Swets & Zeitlinger.
Sterman, M.B., Wyrwicka, W. & Roth, S. (1969) Electrophysiological correlates and neural substrates of alimentary behavior in the cat. Annals of the New York Academy of Sciences, 157, 723-739. Stroop, J.R. (1935). Studies of interference in serial verbal reactions. Journal of Experimental Psychology, 18, 643-662.
Tatcher, R.W. (1998). Normative eeg databases and eeg biofeedback. Journal of Neurotherapy, 2 (4), 8-39.
Vernon, D., Egner, T., Cooper, N., Compton, T., Neilands, C., Sheri, A. & Gruzelier, J. (2003). The effect of training distinct neurofeedback protocols on aspects of cognitive performance. International journal of psychophysiology, 47, 75-85.

Hersenactiviteit tijdens een paniekaanval

De heer V. (V.) lijdt sinds zijn jeugd onder een specifieke fobie met paniekstoornis. De paniek start wanneer hij de grenzen van zijn woonplaats bereikt, onafhankelijk van het type vervoer waarmee hij reist. Ook speelt de bestemming geen rol in het ontstaan of de ernst van de paniekaanval. Tijdens een autorit die een paniekaanval uitlokte zijn EEG opnames gemaakt. bèta activiteit (van 13-30 Hz.) bleek over grote delen van de cortex toe te nemen tijdens de paniekaanval. Verder was sprake van relatief plotselinge afname van delta en theta activiteit (1-8 Hz) over vrijwel de gehele cortex tijdens de paniekaanval.

Persoonlijkheid en Hersenconnectiviteit, een nieuwe uitdaging?

In deze pilot studie wordt een poging gedaan om persoonlijkheid te relateren aan hersenactiviteit en hersenconnectiviteit. Voor de hersenactiviteit werden twee correlatiematen berekend die zijn gebaseerd op hersengolven, namelijk: intra-persoonlijke correlatie (samenhang linker- en rechterhemisfeer) en interpersoonlijke correlatie (samenhang EEG activiteit persoon A en persoon B).

Hypothesen: (1) Er bestaat een relatie tussen individuele persoonlijkheidsfactoren en intra- of interpersoonlijke correlatie. (2) Er bestaat een relatie tussen een overeenkomst in persoonlijkheid en interpersoonlijke EEG correlatie.

Methoden: Hiervoor werd bij 14 proefpersonen (10 vrouwen) tussen de 19 en 24 jaar de HEXACO-SPI persoonlijkheidsvragenlijst afgenomen en werd er EEG gemeten tijdens rust (ruststaat EEG). Deze ruststaat EEG werd vergeleken met het EEG tijdens een sociale interactie.
Resultaten: In rust bleek de persoonlijkheidsfactor emotionaliteit een significante invloed te hebben op de intra-persoonlijke EEG correlatie. Dat wil zeggen, hoe hoger de score op Emotionaliteit des te groter de correlatie tussen het EEG van de linker en rechter hemisfeer. Mogelijk staat dit in verband met onzekerheid en een verhoogd zelfbewustzijn. Er zijn geen overige relaties met persoonlijkheid of overeenkomst in persoonlijkheid tussen koppels gevonden.

Relevantie: Deze studie één van de eerste pogingen om een directe neurofysiologische relatie tussen connectiviteit en persoonlijkheid te onderzoeken. Onderzoek hiernaar is van belang om de neurale processen die onderhevig zijn aan cognitief functioneren en sociale gedragingen te ontdekken. De door ons gebruikte methoden zijn daarnaast eenvoudig toe te passen voor grootschaliger studies.